Gisteren was het Dodenherkenking. Mijn grootouders en twee ooms kwamen om in Nijmegen door een aangeschoten Britse bommenwerper. De bemanning wilde zo graag Engeland nog halen dat ze hun bommenlast dumpten boven een woonwijkje. Het was een wanhopige actie, want ze stortten vijftien kilometer verder alsnog neer. De bemanning overleefde de crash met gekeusde ledematen en wat schaafwonden. De Oorlogsgravenstichting erkent de slachtoffers in mijn familie niet. Het waren immers Engelse bommen en die kwamen van onze vrienden.

Vertel ik het verhaal, dan word ik halverwege de eerste zin onderbroken door iemand die eindelijk kans ziet om zijn feitjes te debiteren: 'Ah, het grote bombardement van Nijmegen?' roept hij of zij dan.

Nee, het was ook niet eens het grote bombardement van 22 februari 1944. Het was een incident, veel eerder in de oorlog, op 14 februari 1942. Een incident dat nooit herdacht wordt, maar wel vier levens kostte en de overlevenden, waaronder mijn moeder, voor het leven lichamelijk en psychisch leed zou bezorgen.

De bevrijding

Vandaag vieren we de bevrijding. Veel schrijvers en dichters hebben geschreven over die bevrijding, maar ik heb mij nu gericht op twee dichters in het bijzonder: J.C. Bloem en Adriaan Morriën.

Dit bericht is geplaatst in en getagd . Maak een bladwijzer van de .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *