Foto: Collectie Literatuurmuseum

Breyten Breytenbach - Taalstrijd

Mijn liefde voor poëzie is betrekkelijk laat in mijn leven gekomen. Ik maakte grappen over dichters als mensen die 'pleinvrees kregen boven een leeg velletje A4' en meer van dat soort uitspraken. Het was een manier om te verhullen dat ik poëzie eigenlijk niet zo goed begreep. Vooral niet als de dichtkunst aan bepaalde stijlregels gebonden was, zoals bij een sonnet. Echte kunst laat zich niet in keurslijven dwingen, dacht ik vaak.

Dat veranderde toen vriend Theo Gaasbeek in 1996 (?) de Nacht van de Poëzie in Utrecht vastlegde op een bandrecorder. Hij moest daar allerlei stunts voor uithalen, want de opnamen waren bedoeld voor ons literair tijdschrift De Opkamer en daar hadden we geen toestemming voor gekregen, want de rechten waren al vergeven aan de NOS, die naar mijn beste weten weinig of niets gedaan heeft met hun opnamen. Theo wist een plek te bemachtigen bij een luchtschacht, die niet zo in het zicht lag, en daar maakte hij technisch niet zo perfecte, maar wel complete geluidsopnamen.

Luisterend naar die opnamen, werd ik geraakt door het gedicht Taalstrijd. Ik begreep de helft van de woorden niet, maar het ritme en de klank pakten me meteen. Ik begreep dat je gedichten niet alleen moest lezen, maar ze ook in je hoofd moest kunnen horen, door langer stil te staan bij een gedicht, in plaats van de bladzijde snel om te slaan en door te lezen.

Dit bericht is geplaatst in en getagd . Maak een bladwijzer van de .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *